![]() |
|
|
|
|
![]() |
Nederlands| Français| English
|
|
|
Nieuwsbrief van februari 2008 Wanneer wordt de verhuur beroepsmatig? Zodra een huurder de huur als beroepskost aftrekt, wordt de verhuurder door de fiscus belast op de werkelijke huurinkomsten in plaats van de voordelige taxatie op basis van het kadastraal inkomen. Dit ongeacht het feit of het goed al dan niet werkelijk voor beroepsdoeleinden wordt gebruikt. Toch stelt de rechtspraak dat de aftrek van de huur als beroepskost niet automatisch betekent dat er een beroepsmatige verhuur is. Neem bijvoorbeeld de situatie van iemand die in Aarlen woont en in Brussel werkt. Deze persoon huurt een studio of klein appartement in Brussel om de dagelijkse trajecten woon-werk te beperken tot éénmaal per week. De huur en kosten voor nutsvoorzieningen in Brussel worden volledig als beroepskost afgetrokken, maar er wordt nooit gewerkt in het gehuurde goed. De reden van het huren moet hier immers niet gezocht worden in het uitoefenen van een beroep, maar in het feit dat men dichter bij het werk wenst te wonen. De rechter vindt dus dat naar het werkelijk gebruik moet worden gekeken. Let wel, indien enkel de huur met betrekking tot een bureauruimte en de eraan gerelateerde kosten worden afgetrokken, zou men kunnen aannemen dat impliciet een beroepsgebruik wordt erkend. Indien men enkel de kost hiervan inbrengt, zou dit immers kunnen betekenen dat men die extra ruimte enkel voor beroepsdoeleinden nodig heeft. Anderzijds, als men de hele huur aftrekt en 's avonds nog snel wat beroepsliteratuur doorneemt, betekent dit niet noodzakelijk dat het pand beroepsmatig wordt gebruikt. Men huurt immers om dichter bij het werk te wonen en niet om er beroepsliteratuur door te nemen. Opgepast! Als men dit doortrekt, betekent dit dat, ook indien de huur niet als beroepskost wordt afgetrokken, een beroepsmatig gebruik tot taxatie kan leiden. Voor fiscaal advies, contacteer ons accountantskantoor.
Kan u een backservice afbetalen? Vaak wordt bij het opstarten van een groepsverzekering in de vennootschap slechts een deel van de maximale premies gestort omdat uw vennootschap bijvoorbeeld financieel nog niet zoveel middelen ter beschikking heeft. Indien de zaken enkele jaren later beter beginnen te draaien en u met grotere belastbare winsten krijgt af te rekenen, kan u ervoor opteren om een backservice te storten. Op die manier slaat u twee vliegen in één klap: de backservice is volledig aftrekbaar waardoor de winst wordt getemperd en dus ook de belastingen én uw pensioenkapitaal wordt verhoogd. Een backservice kan gestort worden voor de voorbije tien jaar en men moet steeds de 80% regel in acht nemen. Ook wanneer men besluit het loon te verhogen, kan men een backservice storten vermits de maximale premies voortaan op het verhoogde loon worden berekend. Toch kan zo’n éénmalige premie of backservice financieel zwaar doorwegen zodat er cashflowproblemen zouden kunnen ontstaan. Om dit te vermijden kan men aan de verzekeringsmaatschappij vragen de betaling te spreiden over de resterende looptijd van de groepsverzekering. De premies zijn dan ook integraal aftrekbaar voor de vennootschap maar de financiële last ligt een pak lager wegens de spreiding. Klein minpuntje bij de gespreide betaling: het pensioenkapitaal zal iets lager liggen vermits de winstdeelname ook gespreid zal beginnen te renderen. Voor fiscaal advies, contacteer ons accountantskantoor. Mag een controleur van de BTW uw ‘overdreven’ beroepskosten verwerpen? De controleur van de directe belastingen kan oordelen over de ‘redelijkheid’ van bepaalde beroepskosten (art. 53,10° WIB). Sommige beroepsmatige kosten zullen beperkt worden tot een redelijk bedrag omdat ze overdreven zijn en voornamelijk dienen om u een bepaalde status te verschaffen. De controleur van de BTW heeft geen dergelijk redelijkheidoordeel. Kosten zijn ofwel beroepsmatig, en dus volledig aftrekbaar (met uitzondering van een aantal wettelijke beperkingen zoals de BTW op wagens), ofwel privé, en dus niet aftrekbaar. De controleur van de BTW kan dus kosten niet als beroepsmatig aanvaarden en toch een deel van de aftrek weigeren wegens overdreven. Tenzij de kosten deels privé en deels beroepsmatig zijn (bijvoorbeeld elektriciteit), dient de controleur de aftrek volledig te aanvaarden. Om toch de aftrek van de BTW te weigeren, zal de controleur dan vaak beweren dat de kost niet beroepsmatig maar privé is. Op basis van recente rechtspraak kan dit echter niet zomaar. Men moet echter redelijk blijven: van een peperdure designkast op maat in uw bureau die dient om uw dossiers in te bewaren, moet de BTW-controleur de aftrek van BTW aanvaarden, ook al is hij van mening dat uw dossiers op een eenvoudig boekenrek kunnen bewaard worden. Staat diezelfde kast echter in uw living en worden er privé-documenten in bewaard, dan is de situatie natuurlijk anders. Men moet immers altijd het beroepsmatig karakter van de uitgave kunnen aantonen. Voor fiscaal advies, contacteer ons accountantskantoor. Wenst U onze gratis infobrochure of raad over uw boekhouding, een vraag over fiscaliteit of de oriëntatie van uw onderneming, contacteer uw belastingconsulent Volgend nummer: - Notionele intrestaftrek of niet belastbare investeringsreserve? - Aftrekbaarheid van lidgelden serviceclub - Nieuw fiscaal voordelig bonussysteem Alain Cludts Accountant 02/460.68.91
|
||
| © CLUDTS. All rights reserved. Produced by Cludts |
||