![]() |
|
|
|
|
![]() |
Nederlands| Français| English
|
|
|
Nieuwsbrief van oktober 2007 Einde in zicht voor het fiscaal vriendelijk betalen van smeergeld Krachtens artikel 58 WIB 92 kon men tot voor kort geheime commissielonen toekennen indien dit tot de dagelijkse praktijk van ondernemingen behoorde. Dit kon bijvoorbeeld het geval zijn indien men contracten wenste binnen te halen in een ver buitenland. Vaak ging dit gepaard met het toestoppen van de nodige extra’s aan de lokale machthebbers. Voorwaarde was wel dat men geval per geval toestemming kreeg van de Minister van Financiën en aan de staat minimaal 20% belasting betaalde over de toegekende commissies. Veel minder dus dan de gebruikelijke 309% die normaal van toepassing is op het betalen van geheime commissielonen zonder dat hiervoor een fiche wordt opgemaakt. Sinds 1999 werd reeds een eerste beperking ingevoerd: het systeem was niet van toepassing voor het verwerven of behouden van overheidsopdrachten of administratieve vergunningen. Men mocht met andere woorden geen buitenlandse ambtenaren omkopen. Sinds 4 mei 2007 werd artikel 58 WIB 92 echter volledig geschrapt. Hierdoor heeft de Belgische wetgever gevolg gegeven aan een OESO-aanbeveling over de bestrijding van omkoping bij het sluiten van zakelijke transacties. Voortaan kan men dus niet meer op een fiscaalvriendelijke manier omkopen. Voor fiscaal advies, contacteer ons accountantskantoor. De woning van de zelfstandige voortaan beschermd tegen beslag De Wet van 25 april 2007 bevat een hoofdstuk inzake de niet-beslagbaarheid van de woning van de zelfstandige (inwerkingtreding 9 juni 2007). De bedoeling is het persoonlijk risico dat gekoppeld is aan het uitoefenen van een zelfstandige activiteit, te verkleinen en aldus de oprichting, ontwikkeling en overdracht van ondernemingen te bevorderen. Wat zijn de voorwaarden en modaliteiten? De Wet beschermt de hoofdverblijfplaats van ieder natuurlijk persoon die in België een zelfstandige activiteit uitoefent in hoofdberoep. Het gaat hierbij zowel om handelaars als vrije beroepers en ook bestuurders en zaakvoerders van vennootschappen lijken prima facie niet te worden uitgesloten. Wat als hoofdverblijfplaats moet worden aangemerkt, is een feitenkwestie. Wordt ook het meubilair in deze hoofdverblijfplaats beschermd? Het antwoord op deze vraag is ja en neen, enkel het basismeubilair (bed, tafel, stoelen…) wordt immers beschermd. In een verklaring voor notaris kan men deze hoofdverblijfplaats onvatbaar voor beslag laten verklaren. De verklaring wordt ingeschreven in een register van de hypotheekbewaarder en heeft uitwerking voor de schulden die ontstaan zijn na deze inschrijving. De verklaring heeft geen uitwerking ten aanzien van schuldvorderingen die voortvloeien uit een misdrijf of schulden die een louter privé-karakter of gemengd karakter hebben. Wanneer een onroerend goed zowel als hoofdverblijfplaats wordt gebruikt als voor beroepsdoeleinden, dan zal de oppervlakte een belangrijke rol spelen. Indien het deel dat voor beroepsdoeleinden wordt gebruikt minder dan 30% van de totale oppervlakte beslaat, zal het gehele onroerend goed niet vatbaar voor beslag kunnen worden verklaard. Bedraagt dit deel 30% of meer, dan zullen alleen de rechten op het gedeelte dat als hoofdverblijfplaats wordt gebruikt, onvatbaar voor beslag kunnen worden verklaard. Bij overdracht van de zakelijke rechten gaat de niet-vatbaarheid voor beslag over op de verkregen geldsom op voorwaarde dat deze binnen het jaar wordt wederbelegd in een ander onroerend goed dat als hoofdverblijfplaats dienst doet. Vraag is nu hoe de financiële sector zal reageren bij een aanvraag voor een beroepsmatig krediet. De toekenningsvoorwaarden zouden wel eens grondig kunnen herzien worden.
Nieuwe regels voor de juridische debatten en hun impact op de fiscale procedure Sinds 1 september 2007 is de wet van 26 april 2007 inzake de wijziging van de burgerrechtelijke procedure van toepassing. Doel van de wet is de gerechtelijke achterstand weg te werken. Onder het oude systeem werd de zaak op de inleidende zitting naar de rol verwezen zonder datum. Er werd geen actieve rol toebedeeld aan de magistraten en een zaak kon door de partijen ofwel in onderling akkoord ofwel éénzijdig opnieuw worden bepaald. Voortaan zal een zaak slechts naar de rol worden verwezen met gemeenschappelijk akkoord van de partijen. In de andere gevallen bepaalt de rechter een kalender voor de uitwisseling van conclusies en een datum voor de pleidooien. Voortaan kent men dus de pleitdatum binnen een aantal weken na de inleidende zitting. Men kan de rechter ook vragen een in der minne opgestelde kalender te honoreren. Men mag verwachten dat in fiscale zaken een constructieve dialoog kan worden gevoerd teneinde een redelijke termijn voor de uitwisseling van conclusies te bepalen. Teneinde de taak van de magistraat te vereenvoudigen, dienen de conclusies uitdrukkelijk de eisen en de middelen in feite en in rechte uiteen te zetten. Deze bepaling is vooral van belang voor partijen die zich zonder advocaat verdedigen aangezien zij niet de gewoonte hebben conclusies te schrijven. Verder wordt het principe van de syntheseconclusies ingevoerd. De rechter is niet gehouden te antwoorden op andere conclusies dan deze synthetiserende eindconclusie. Ten minste vijftien dagen voor de pleidooien dient het dossier aan de griffie te worden overgemaakt om de rechter toe te laten kennis te nemen van het dossier. Op deze wijze kan de rechter de pleidooien vervangen door een interactief debat met vragen en antwoorden. Te laat ingediende conclusies kunnen ambtshalve uit de debatten worden geweerd, maar partijen worden niet verhinderd om hun zaak mondeling te bepleiten. De rechter is echter niet verplicht te antwoorden op deze uitsluitend mondelinge argumenten. Na de pleidooien beschikt de rechter over een maand om zijn vonnis of arrest uit te spreken. Op de griffie worden lijsten opgemaakt van de zaken waarin die termijn wordt overschreden en deze lijsten worden overgemaakt aan de korpschef. De magistraat moet een objectieve reden hebben voor het overschrijden van de termijn. Als de magistraat na drie maanden nog geen vonnis of arrest heeft uitgesproken, zal de korpschef een zitting organiseren rond de oorzaak van de vertraging en kunnen er eventueel sancties worden opgelegd. Tenslotte wordt voortaan in een boete van 15 tot 2.500 € voorzien wanneer de procedure wordt aangewend voor manifest abusieve doeleinden of vertragingsmanoeuvres. Dit naast de schadevergoeding voor tergend en roekeloos geding. We onthouden hier dat het procedureel gedrag van de fiscale administratie kan beteugeld worden. Uiteindelijk zal de configuratie van het fiscaal proces niet grondig gewijzigd worden door de nieuwe wetsbepalingen, maar de transparantie naar de burgers toe zal het gewettigd vertrouwen dat men ten aanzien van justitie kan hebben, vergroten. Bijgevolg zullen alle actoren van de rechterlijke organisatie verantwoordelijk gesteld worden. Het huidige pingpongspel van „dit is niet mijn fout, iemand anders is verantwoordelijk’ zal heel wat minder gemakkelijk te gebruiken zijn. Naar onze mening is deze wet zeer positief voor de fiscale materies en de perceptie van justitie in het algemeen. Voor fiscaal advies, contacteer ons accountantskantoor. Wenst U onze gratis infobrochure of raad over uw boekhouding, een vraag over fiscaliteit of de oriëntatie van uw onderneming, contacteer uw belastingconsulent Volgend nummer : - Wat kan u doen indien u een vergissing maakte bij het invullen van uw belastingaangifte? - Hervorming van het bedrijfsrevisoraat - Fiscale planning bij de verkoop van uw grond of gebouw Alain Cludts Accountant
|
||
| © CLUDTS. All rights reserved. Produced by Cludts |
||