![]() |
|
|
|
|
![]() |
Nederlands| Français| English
|
|
|
Nieuwsbrief van september 2006 Niet te vergeten!!! Uiterste datum voorafbetaling: 10 oktober 2006 Uiterste datum aangifte BTW 3e kwartaal: 20 oktober 2006 Dubbele belasting: de winstoverdracht tussen vennootschappen De fiscus treedt hard op tegen managementfees die betaald worden tussen vennootschappen. Zij zal de aftrekbaarheid op grond van artikel 49 WIB weigeren indien de echtheid van de kosten niet kan worden aangetoond. Het voorleggen van een factuur is vaak niet voldoende meer. Wanneer enerzijds de aftrekbaarheid van kosten bij de toekennende vennootschap wordt geweigerd en anderzijds de inkomsten bij de ontvangende vennootschap worden belast, staat men voor een schoolvoorbeeld van economische dubbele belasting. Er is echter hoop onder de vorm van artikel 26 WIB dat volgens een positieve trend in de rechtspraak voorrang verdient op artikel 49 WIB. Kort gezegd komt het hierop neer: het verwerpen van kosten op grond van artikel 49 WIB is niet mogelijk wanneer de kosten aanleiding hebben gegeven tot een belastbaar voordeel bij de begunstigde. Deze trend wordt echter nog niet gedeeld door de minister van financiën. Artikel 26 WIB heeft tot doel dat er geen belastbare materie verloren gaat voor de Belgische staat en belast daarom abnormaal en goedgunstig toegekende voordelen door ze toe te voegen aan de winst van de vennootschap die de voordelen toekent. Uitzondering hierop bestaat indien de begunstigde van het voordeel een Belgische vennootschap is die belast wordt op het voordeel. Er is dan immers geen sprake van belastbare materie die verloren gaat, er vindt enkel een verschuiving plaats. Ter conclusie kan men stellen dat men bij overdracht van winsten tussen Belgische vennootschappen best alle formaliteiten naleeft en dat de feiten deze formaliteiten ook staven. Een simpele lening tussen vennootschappen moet het voorwerp uitmaken van een overeenkomst met intrestbetaling. Bij gebrek hieraan zal men vaak een zware en kostelijke procedure voor de rechtbanken moeten uitvechten om zijn gelijk te halen. Nogmaals wordt het duidelijk dat het er in fiscaal recht op aankomt om te anticiperen op toekomstige moeilijkheden teneinde de goede werking van uw vennootschap niet in het gedrang te brengen. Het inventarisboek: onder welke vorm op te stellen en te bewaren? Het woord ‘inventarisboek’ komt als dusdanig niet voor in de boekhoudwetgeving. Men heeft het in deze wetgeving wel over de inventaris die eigenlijk overeenkomt met de balans en de niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen. Het inventarisboek bevat dan alle inventarisgegevens, m.a.w. het detail van de balansposten alsook de rechten en verplichten buiten balans. Veel meer dus dan de afschrijvingstabellen en de voorraadlisting. Ook klanten- en leveranciersbalansen, effecten in portefeuille, saldi bankrekeningen, lopende kredieten, detaillering van voorzieningen etc. worden in het inventarisboek opgenomen. Het manuele inventarisboek, een ingebonden of ingenaaid register die de gedrukte vermelding van het aantal bladzijden omvat, dient vanaf 1 juli 2003 niet meer geviseerd te zijn door de griffie van de rechtbank van koophandel. Voor de ingebruikname moet wel een identificatieformulier worden neergelegd bij een erkend ondernemingsloket. Het is echter ook mogelijk om een geïnformatiseerd systeem te gebruiken. Om de onveranderlijkheid en toegankelijkheid gedurende de verplichte bewaartijd te garanderen, lijkt de meest aangewezen werkwijze het aanmaken van een cd-worm (write once, read many) met pdf-bestanden in twee exemplaren die men op een verschillende plaats bewaart. Gezien de opslagcapaciteit van een cd staat niets eraan in de weg dat naast de verplichte inventarisgegevens ook de jaarrekening en de historieken van de algemene rekeningen en eventueel van de individuele klanten- en leveranciersrekeningen worden opgenomen. Het louter bewaren van de boekhoudgegevens op de harde schijf van de computer die momenteel voor het voeren van de boekhouding wordt gebruikt, lijkt daarentegen niet de door de wetgeving vereiste garanties te bieden. Welke opzeggingstermijn kan in een contract worden vermeld? Voor hogere bedienden met een jaarlijks brutoloon van meer dan 55.193 € kan men contractueel de duur van de opzegtermijn overeenkomen. Welk zijn de interessantste formules die in de praktijk worden toegepast en welke formules verdienen geen voorkeur? Zet nooit in het contract dat de opzegtermijn zal worden bepaald op basis van de formule Claes. Deze kan immers zeer zwaar doorwegen en in de rechtspraak gaat men steeds minder zulke lange termijnen uitspreken. Indien u dit contractueel overeenkomt, bent u erdoor gebonden. Staat het niet in het contract dan kan bij afloop van een contract eventueel nog steeds worden overeengekomen de formule toe te passen, ondanks dat het contractueel niet verplicht is. Een ander uiterste is het wettelijk minimum toekennen (3 maanden per begonnen schijf van 5 jaar dienst) en hopen dat er niet zal geprocedeerd worden. Kan u dit wettelijk minimum bovendien contractueel vastleggen, dan kan uw bediende niet meer eisen bij ontslag. De kans is echter klein dat hij met dergelijke clausule zal akkoord gaan. Welke formules komen in de praktijk voor? Men kan een forfait van 2 of 3 maanden toevoegen aan het wettelijk minimum, ongeacht de anciënniteit, eventueel kan men bepalen dit forfait in geld uit te betalen. Het is zelfs mogelijk een forfaitair bedrag te voorzien bovenop het wettelijk minimum van 3 maanden per begonnen 5 jaar. Men kan eveneens het wettelijk minimum van 3 maanden per begonnen 5 jaar verhogen naar 4 maanden per begonnen 5 jaar. Of u kan 1 maand opzegtermijn per jaar dienst toekennen zonder echter minder toe te kennen dan het wettelijk minimum. Welke formule het interessantst is, hangt af van de concrete situatie, lees anciënniteit, op het ogenblik van ontslag. Het grote voordeel is wel dat u door een formule in de arbeidsovereenkomst vast te leggen, beide partijen hierdoor gebonden zijn en er een soort budgettaire zekerheid wordt vastgelegd. Wenst U onze gratis infobrochure of raad over uw boekhouding, een vraag over fiscaliteit of de oriëntatie van uw onderneming, contacteer ons.klik hier Volgend nummer : - Werken met gratis stagiairs: ook voor u een interessante keuze? - Aansprakelijkheid van bestuurders en zaakvoerders voor fiscale schulden van de vennootschap - De voordelen van een erfpachtconstructie Alain Cludts Accountant 02/460.68.91
|
||
| © CLUDTS. All rights reserved. Produced by Cludts |
||