![]() |
|
|
|
|
![]() |
||
|
Nieuwsbrief van april 2006 Hoe erven zonder één cent belasting te betalen? Het is mogelijk om er compleet legaal voor te zorgen dat uw erfgenamen geen successierechten betalen op uw erfenis. De ‘truuk’ bestaat erin om kort voor het overlijden een lening aan te gaan bij de bank ter waarde van de erfenis en het geld te schenken aan de erfgenamen met betaling van 3% schenkingsrechten. Het gevolg hiervan is dat het netto-actief van de nalatenschap nul bedraagt (activa min lening) zodat alle successierechten ook op nul herleid worden. Het actief van de nalatenschap, evenals het passief (lening), komt toe aan de erfgenamen. Zij betalen dit passief onmiddellijk terug aan de bank via de voorafgaande schenking van het bedrag van de lening. In de successieaangifte wordt de belastbare basis opgeheven door de lening. Raadpleeg mij voor dit soort operaties teneinde u de precieze omkadering van te vervullen formaliteiten te adviseren. Deze formule is natuurlijk pas interessant als men zijn einde voelt naderen, in het tegenovergestelde geval zullen immers mogelijk hoge intresten betaald worden aan de bank en dient men het kapitaal voor de terugbetaling ook ergens vandaan te halen. Men heeft immers het geld reeds weggeschonken. Publicatie van de jaarrekening voor K.M.O.’s en nieuwe boekhoudverplichtingen voor VZW’s In principe moet, behoudens overmacht, de jaarrekening binnen een termijn van zeven maanden na afsluiting van het boekjaar worden neergelegd bij de Nationale Bank van België. Het vroegere systeem van administratieve boetes voor laattijdige neerlegging wordt vervangen door een systeem van verhoging van de publicatiekosten bij de Balanscentrale. De verhoging voor het volledig schema en de geconsolideerde jaarrekening bedraagt 400,00 € bij neerlegging in de loop van de 9e maand na afsluitdatum, 600,00 € bij neerlegging in de 10e tot 12e maand na afsluitdatum en 1.200,00 € bij neerlegging vanaf de 13e maand na afsluitdatum. De verhogingen voor laattijdige neerlegging van jaarrekeningen volgens het verkort schema bedragen respectievelijk 120,00 €, 180,00 € en 360,00 €. Deze bijdragen komen bovenop de gewone openbaarmakingkosten en zijn van toepassing op jaarrekeningen afgesloten vanaf 1 oktober 2005. Meer dan ooit heeft u er alle belang bij om uw balans tijdig in te dienen. Deze bijdragen moeten de overheid toelaten de gemaakte kosten voor de opsporing en controle van ondernemingen in moeilijkheden te financieren. Kleine en middelgrote ondernemingen moeten eveneens hun balans publiceren binnen de termijnen. De wet vraagt aan elke ondernemer om de gevolgen van de algemene vergadering te eerbiedigen. Vraag aan uw accountant om de algemene vergadering te houden op de datum zoals voorzien in de statuten. Ter herinnering wensen wij erop te wijzen dat vanaf 1 januari 2006 alle verenigingen en stichtingen onderworpen zijn aan nieuwe boekhoudbepalingen. Kleine verenigingen en stichtingen moeten een vereenvoudigde kasboekhouding voeren in een enig dagboek en jaarlijks een staat van ontvangsten en uitgaven opmaken samen met een staat van het vermogen (inventaris van de bezittingen, rechten, schulden en verplichtingen van welke aard ook). Samen met wat extra informatie vormen deze de jaarrekening die moet worden neergelegd bij de griffie van de rechtbank van koophandel. Deze neerlegging is gratis. Grote verenigingen en stichtingen moeten een dubbele boekhouding voeren en een jaarrekening opstellen volgens het verkort of volledig schema. De jaarrekening moet worden neergelegd bij de Nationale Bank van België. Kleine verenigingen en stichtingen kunnen ervoor opteren om deze boekhoudverplichtingen over te nemen. In dat geval moeten zij minstens gedurende drie opeenvolgende boekjaren deze verplichtingen naleven. Men spreekt van een grote vereniging en stichting indien meer dan één van de volgende grenzen zijn overschreden: - jaargemiddelde van personeelsbestand van 5 werknemers in voltijdse equivalenten - 250.000,00 € aan andere dan uitzonderlijke ontvangsten exclusief BTW - 1.000.000,00 € balanstotaal Waarmee bent u het meest gebaat: een korting of een hogere overnameprijs? Bij de aankoop van een nieuwe wagen staat u het best eens stil of u beter een hogere overnameprijs bedingt voor uw oude wagen of een hogere korting vraagt op de nieuwe wagen. Dit kan u immers een fiscale besparing opleveren zonder al te veel inspanning. Indien u kiest voor een grotere overnameprijs, bv. 10.000 € i.p.v. 7.500 €, dient u hierop 21% BTW aan te rekenen. Vermits u deze volledig moet doorstorten, verloopt dit neutraal. De nieuwe wagen kost bv. 25.000 € plus 21% BTW die u voor 50% kan recupereren. Uw netto-uitgave bedraagt dan 17.625 €. Bekomt u een korting van 2.500 € op de nieuwe wagen en bedraagt de overnameprijs 7.500 € dan zal uw netto-uitgave 17.362,50 € bedragen. Een besparing van 262,50 € die toeneemt naarmate de bedragen groter worden. Als niet-BTW-plichtige bedraagt de besparing in hetzelfde voorbeeld zelfs 525 € vermits u de BTW op de aankoop niet kan recupereren. Als u bovendien rekening houdt met het feit dat een hogere overnameprijs een grotere meerwaarde creëert die onmiddellijk belastbaar is terwijl de kostprijs van de wagen wordt afgeschreven, komt een lagere overnameprijs (en hogere korting) nog interessanter uit de bus. Er bestaat echter een uitzondering. Indien u een eenmanszaak heeft en de wagen meer dan vijf jaar had, kan wegens de lagere meerwaardebelasting (16,50%) een hogere overnameprijs toch interessanter zijn. Wenst U onze gratis infobrochure of raad over uw boekhouding, een vraag over fiscaliteit of de oriëntatie van uw onderneming, contacteer ons. klik hier Volgend nummer :
- Uw balans positief voorstellen: de herwaarderingsmeerwaarde - De fiscale spelregels betreffende terreinwagens - Creatief omspringen met groepsverzekeringen Alain Cludts Accountant 02/460.68.91
|
||
| © CLUDTS. All rights reserved. Produced by Cludts |
||