Webzines

Nieuwsbrief van maart 2006

Kan men nog snel een grote groepsverzekering opbouwen voor men met pensioen gaat?

Premies betaald voor een groepsverzekering zijn aftrekbaar door de vennootschap in de mate de zogenaamde 80%-grens niet wordt overschreden. Bovendien wordt men op de uitkering van de groepsverzekering relatief laag belast (16,50% of zelfs 10% + gemeentebelasting tegenover tot 50% + gemeentebelasting op bezoldigingen). De opbouw van een groepsverzekering is dus zeker interessant indien de middelen ervoor aanwezig zijn.

Naast de gewone jaarlijkse premies voor de groepsverzekering, bestaat eveneens de mogelijkheid om een ‘backservice’ te doen, een inhaalpremie voor de jaren die reeds in de vennootschap werden gepresteerd voordat de groepsverzekering werd afgesloten en eventueel voor de (maximaal 10) jaren die u buiten de vennootschap werkte.

Is het nu mogelijk om vlak voor de pensionering nog snel een grote groepsverzekeringspremie, eventueel in de vorm van een backservice, te storten? Zoals reeds vermeld wordt de aftrekbaarheid in de vennootschap berekend in functie van het loon: hoe hoger het loon, hoe groter de aftrekbare premie.

De berekening gebeurt in functie van de laatste normale bruto jaarbezoldiging, juist om dergelijke interessante operatie op het einde van de carrière te bemoeilijken. Wat verstaat men nu onder ‘de laatste normale bruto jaarbezoldiging’? Dit is een beetje een grijze zone maar het hoeft geen verdere uitleg dat, indien in de twee jaar voor de pensionering, het loon plots van 50.000 € verhoogd wordt naar 100.000 €, en er een groepsverzekering wordt afgesloten (of backservice wordt gedaan) de fiscus onraad riekt. Men speelt dus best op veilig en keert gedurende pakweg vijf jaar een hoger of stijgend loon uit alvorens de backservice te doen. Overdrijven en opvallen tijdens de twee laatste jaren zijn dus uit den boze. Consulteer mij om het maximum te halen uit de mogelijkheden van een backservice.

Het kan best zijn dat u reeds gebruik heeft gemaakt van deze mogelijkheid. Indien u echter sindsdien een hoger loon bent beginnen uitkeren, valt een tweede backservice in functie van het verschil tussen de vroegere en huidige bezoldiging te overwegen.



Hoe kan u een wagen zo goedkoop mogelijk uit de vennootschap halen?

Indien u een afgeschreven personenwagen uit de vennootschap wenst te halen om deze privé te gebruiken (bv. door één van uw studerende kinderen) kan u hem privé kopen. De vennootschap maakt een factuur met 21% BTW op en u betaalt privé of via rekening-courant. De 21% moet dan worden doorgestort en noch de vennootschap, noch u zelf privé heeft hier iets aan. Concreet betaalt u privé voor een wagen met cataloguswaarde 10.000 € dus 12.100 €. U zou een lagere verkoopprijs kunnen opnemen op de factuur om minder BTW te betalen, maar de fiscus gaat bij de waardebepaling uit van de prijzen voor tweedehands wagens. Veel ruimte is hier dus niet.

Het is echter mogelijk minder belasting te betalen. Via een onttrekking komt een activum van de vennootschap in de consumptiesfeer terecht mits een BTW-correctie. In dit geval dient maar de helft aan BTW doorgestort te worden door de vennootschap vermits vroeger ook maar de helft van de BTW werd afgetrokken.

De vennootschap moet wel een ‘stuk’ opmaken met de vermelding ‘onttrekking artikel 12 § 1 Wetboek BTW’ (te vergelijken met een factuur zonder evenwel dit woord te gebruiken) . Privé betaalt u niet onmiddellijk iets, maar zal u belast worden op een voordeel van alle aard ter waarde van de wagen plus (de helft van de) BTW. Concreet zal u voor dezelfde wagen van 10.000 € cataloguswaarde privé slechts 6.077,50 € betalen (10.000 € + 1.050 € BTW = 11.050 € * 55% in de veronderstelling dat uw tarief personenbelasting, gemeentebelasting en RSVZ samen 55% bedraagt). Dit is dus ongeveer de helft van wat u bij een aankoop had dienen te betalen.



Kan een vruchtgebruikconstructie na de recente rechtspraak nog worden geherkwalificeerd?

Via de toepassing van artikel 344 § 1 WIB bestaat voor de fiscus de mogelijkheid om interessante constructies die louter om fiscale doeleinden worden opgezet, te herkwalificeren in fiscaal minder voordelige situaties, ondanks de volledige wettelijkheid van de opgezette constructie. De fiscus probeert een meer belastbare economische realiteit te vinden dan degene die de belastingplichtige voorlegt.

Vooral inkoop van eigen aandelen en vruchtgebruikconstructies werden hierdoor geherkwalificeerd in respectievelijk uitkering van dividenden en huur waardoor er meer belastingen moesten betaald worden. De rechtspraak was het meestal echter niet eens met de fiscus en nu besliste het Hof van Cassatie in haar arrest van 4 november 2005 dat de antimisbruikbepaling slechts kan worden toegepast als de herkwalificatie enkel fiscale gevolgen heeft.

De herkwalificatie mag geen invloed hebben op de juridische gevolgen van de rechtshandeling. In de praktijk betekent dit dat een herkwalificatie van inkoop van eigen aandelen in een dividenduitkering en van vruchtgebruik in huur quasi onmogelijk wordt. Beide rechtshandelingen hebben immers andere juridische gevolgen.

De antimisbruikbepaling zal in een aantal gevallen echter nog wel kunnen ingeroepen worden door de fiscale administratie, bijvoorbeeld de situatie waarin een verhuur onmiddellijk gevolgd wordt door een onderverhuur zonder dat er financiële of economische behoeften dit rechtvaardigen (Cassatie, 21 april 2005).


Wenst U onze gratis infobrochure of raad over uw boekhouding, een vraag over fiscaliteit of de oriëntatie van uw onderneming, contacteer ons. klik hier



Volgend nummer :


- Hoe erven zonder één cent belasting te betalen?

- Publicatie van de jaarrekening en nieuwe boekhoudverplichtingen voor VZW’s

- Waarmee bent u het meest gebaat: een korting of een hogere overnameprijs?


Alain Cludts

Accountant



© CLUDTS. All rights reserved. Produced by Cludts