Webzines

Nieuwsbrief van november 2005

Laat uw selectiekosten terugbetalen bij inbreuk op de aanwervingsdeontologie

Voor een selectiebureau waarop u beroep doet om personeel aan te werven, is het deontologisch verboden om uw personeel te benaderen.

Op basis van het burgerlijk wetboek is het selectiebureau immers gehouden om de overeenkomst te goeder trouw uit te voeren, anders begaat het een contractuele wanprestatie. Dit is echter anders indien een personeelslid zelf contact opneemt met het selectiebureau en het selectiebureau dit kan aantonen.

Bij niet naleving van deze contractuele verplichting, kan u de rechter om ontbinding van de overeenkomst vragen zodat u minstens de betaalde voorschotten kan terugkrijgen en eventueel een schadevergoeding kan bekomen. Het is wel van belang om over het nodige bewijs te beschikken. Een aanmaning gericht aan het selectiebureau zou een begin van bewijs kunnen zijn.

In principe is het selectiebureau slechts gehouden tot deze verplichting zolang de overeenkomst loopt. Het is echter raadzaam om in de overeenkomst een termijn op te nemen gedurende dewelke het selectiebureau uw personeel niet mag benaderen, bijvoorbeeld 1 jaar.

In het Vlaams Gewest bestaat er bovendien een gedragscode voor selectiebureaus. Indien u problemen ondervindt, kan u steeds dreigen klacht neer te leggen bij de Inspectie van het Vlaams Ministerie van Werk, Onderwijs en Vorming. Misschien is deze druk al voldoende en hoeft u daardoor helemaal niet naar de rechter te stappen.



Investeringsaftrek: hoe en tot wanneer kan u er nog voordeel uit halen?


Voor vennootschappen wordt zowel de gewone als de gespreide investeringsaftrek afgeschaft vanaf 1 januari 2006. De verhoogde investeringsaftrek voor ondermeer energiebesparende investeringen en investeringen in beveiliging blijft evenwel bestaan, ook voor vennootschappen.

Indien er nog een recht op investeringsaftrek bestaat voor vroegere investeringen die niet in rekening kon worden gebracht wegens onvoldoende winst, kan deze nog wel worden overgedragen en ook de gespreide investeringsaftrek voor investeringen aangegaan voor 1 januari 2006 is niet verloren.

Hoe kan u er nog van profiteren?

Indien u investeringen heeft gepland in 2006, loont het misschien de moeite om na te gaan of het niet haalbaar is deze investering nog dit jaar te doen om alsnog de investeringsaftrek te genieten. Het is voldoende als de investering nog dit jaar wordt betaald OF geleverd. In principe zou zelfs een offerte kunnen volstaan, op voorwaarde dat er geen eigendomsvoorbehoud wordt gemaakt.

Even nog de voorwaarden op een rijtje:

- voor de gewone investeringsaftrek (3% van de aankoopprijs) moet meer dan de helft van de aandelen toebehoren aan natuurlijke personen

- voor de gespreide investeringsaftrek (10,5% op de afschrijving) moeten er bij het begin van het boekjaar minder dan 20 werknemers zijn

- het betreft nieuwe investeringen (niet tweedehands aangekocht) die op minimum 3 jaar worden afgeschreven

- sommige investeringen, zoals wagens, zijn uitgesloten



BTW aan 6%: wat wel en wat niet?

In principe kunnen werken aan een gebouw van meer dan 5 jaar tegen 6% BTW worden gefactureerd. Het moet dan gaan om werken aan het gebouw zelf (bv. schilderwerken, ramen, renovatie) of zaken die er onlosmakelijk mee verbonden zijn (bv. nieuwe elektriciteitsinstallatie).

Wat met inbouwapparaten en keukenkasten die met een winkelhaak, nagels en wat lijm zijn vastgemaakt aan de muur? De fiscus zal hoogstwaarschijnlijk in discussie gaan maar de rechtspraak evolueert wel in de goede zin. Recente uitspraken verwijzen naar de intentie van de belastingplichtige en de bestemming van bv. de inbouwtoestellen eerder dan naar de verplaatsbaarheid of het verwijderbaar zijn. Het is immers zo dat met de moderne technieken heel wat zonder schade kan verwijderd worden of elders geplaatst worden. Doorslaggevend is of men een bepaalde kast of toestel lange tijd op een bepaalde plaats wenst te laten.

Het plaatsen van keukenkasten zou dus geen probleem mogen opleveren voor toepassing van BTW tegen 6%. Voor andere ingebouwde kasten lijkt het standpunt wel wat strenger te zijn. De 6% BTW zou slechts toepasselijk zijn bij inbouw in een speciaal daartoe uitgespaarde ruimte in het gebouw.

Ook interessant om te weten is dat het Hof van Cassatie in een arrest van 13 mei 2005 heeft geoordeeld dat het residueel tarief van 21% geen algemeen tarief is en het dus aan de administratie toekomt om aan te tonen dat het gebruikte verlaagd tarief niet van toepassing is.

Gelieve ons te consulteren voor specifieke gevallen, de rechtspraak in deze materie dient voorzichtig te worden geïnterpreteerd.


Wenst U een afspraak te maken of raad te krijgen, aarzel niet om mij te contacteren.



Volgend nummer :


- Geen herkwalificatie van vruchtgebruik in huur

- Hoe het minst belasting betalen: risicokapitaal of investeringsreserve?

- Nieuwe mogelijkheden inzake overuren


Alain Cludts

Accountant





Wenst U een afspraak te maken of raad te krijgen, aarzel niet om mij te contacteren.


© CLUDTS. All rights reserved. Produced by Cludts