Webzines

Nieuwsbrief van Juni 2005

Vermogensbelasting in België: het is voor 2010!

De Federale Overheidsdienst Financiën heeft een studie opgezet die geen twijfel laat over de bedoelingen van de wetgever. Na de éénmalig bevrijdende aangifte (EBA) waardoor elke brave burger zijn kapitaal naar België heeft gerepatrieerd, grijpt de regering de kans om een volledig patrimonium van elke burger in kaart te brengen om ze nadien maximaal te belasten.

De verwachte planning voor het opstellen van een uniek patrimoniumdossier is de volgende:

1. opstellen van enig patrimoniaal dossier: 2005 tot 2007

2. bijwerking van het onroerend patrimoniaal dossier: 2006 tot 2008

3. integratie van hypotheken: 2008 tot 2010

4. bijwerking van het roerend patrimoniaal dossier : 2007 tot 2010

5. integratie van niet-fiscale processen: 2009 tot 2010

Dit patrimoniumdossier zal worden overgemaakt aan alle federale overheidsdiensten, steden, gemeenten, justitie, financiën met medewerking van de banken.

Zoals u merkt, de belastingplichtigen kunnen vanaf heden vooruitziend zijn en alle maatregelen treffen om zich van een goed pensioen te voorzien op basis van hun patrimonium.

De EBA zal in de feiten weldra vervangen worden door een jaarlijkse aangifte die een andere naam zal dragen, belasting op vermogen.



De fiscaal voordelige dagvergoeding: hoeveel kan die maximaal bedragen?

Aan werknemers die geregeld op de baan of bij klanten zijn, kan een dagvergoeding worden betaald om ’s middags te gaan eten. Als kosten eigen aan de werkgever zijn deze voor de werkgever volledig aftrekbaar en voor de werknemer niet belastbaar. De zogenaamde dagvergoeding is bovendien een forfaitair bedrag waarvoor geen bewijsstukken dienen bijgehouden te worden.

In principe zal de fiscus geen probleem maken indien de bedragen die u uitbetaalt niet hoger zijn dan de bedragen die de staat zelf aan haar ambtenaren betaalt. Vanaf 1 november 2004 zijn die bedragen vastgesteld op EUR 10,91 voor gewone werknemers, EUR 13,48 voor kaderleden en EUR 16,08 voor directieleden. Over de bedragen bestaat geen discussie maar er moet wel kunnen aangetoond worden dat de werknemer op de baan is en de toekenning dient vermeld te worden op de loonfiche.

De fiscus eist wel dat, indien een werknemer bij een klant werkt, deze tewerkstelling ter plaatse niet langer dan 40 dagen duurt. Wordt de termijn van 40 dagen overschreden, dan is er sprake van een vaste plaats van tewerkstelling en is een forfaitaire dagvergoeding niet langer mogelijk.

Verder is het niet vereist dat de werknemer een volledige dag op baan of bij een klant is. De staat betaalt reeds een vergoeding aan haar ambtenaren indien zij minstens 5 uur per dag niet op kantoor zijn en niet kunnen terugkomen om te eten.

Deze regels zijn niet alleen toepasselijk voor werknemers, ook zaakvoerders en bestuurders kunnen als ‘directielid’ een belastingvrije vergoeding van EUR 16,08 ontvangen voor elke dag die ze op baan zijn.



Herkwalificatie in schijnzelfstandige: de RSZ kan niet zonder meer de vergoeding bruteren.

Iedereen kent het probleem van de herkwalificatie in schijnzelfstandige en de grote kost die dit meebrengt voor een onderneming. De RSZ zal immers het afgesproken netto-bedrag verhogen met bedrijfsvoorheffing en werknemersbijdragen sociale zekerheid, praktisch een verdubbeling van het bedrag, en hierop de werkgeversbijdragen sociale zekerheid berekenen.

Uit een arrest van 10 januari 2005 van het Hof van Cassatie volgt evenwel dat de RSZ niet zomaar kan bruteren. Het Hof stelt immers dat de afgesproken vergoeding inclusief de sociale bijdragen voor zelfstandige (20%) kan zijn en dat deze niet als basis mogen dienen voor de berekening van de verschuldigde bijdragen.

Toch dient u er steeds van uit te gaan dat herkwalificatie, ondanks dit goede nieuws, een dure zaak is en blijft. Er zullen immers niet alleen patronale bijdragen verschuldigd zijn maar ook de niet-ingehouden werknemersbijdragen, bijdrageopslagen en de intussen vervallen interesten op de achterstallen. Alsof dit nog niet voldoende is, kan ook de fiscus de verschuldigde bedrijfsvoorheffing opeisen en zou de ‘schijnzelfstandige’ medewerker een eindejaarspremie en vakantiegeld, laat staan een opzeggingsvergoeding bij beëindiging van de samenwerking, kunnen eisen. Denk dus goed na alvorens de stap te zetten naar een zelfstandige samenwerking en zorg ervoor dat de medewerker ook aan anderen factureert en voldoende ‘zelfstandigheid’ heeft (zie ook onze bijdrage over dit onderwerp in de nieuwsbrief van september 2004).


Wenst U een afspraak te maken of raad te krijgen, aarzel niet om mij te contacteren.



Volgend nummer :


- Recht op sociale zekerheid na een zelfstandige activiteit

- Hoe lost u het probleem van niet-aftrekbare BTW op in een patrimoniumvennootschap in geval van verbouwingen?

- Lonen betalen voor een doel of resultaat: hoe en hoeveel?



Alain Cludts

Accountant

© CLUDTS. All rights reserved. Produced by Cludts