![]() |
|
|
|
|
![]() |
||
|
Nieuwsbrief van Mei 2005 Wie betaalt de gerechtskosten bij invordering via gerechtelijke weg? Vaak wordt in rappels vermeld dat ‘bij niet-betaling zal worden overgegaan tot het nemen van de gepaste maatregelen met alle kosten ten laste van de klant’. Wat houdt dit in en over welke bedragen spreken we? Een leverancier kan zonder problemen deze opmerking formuleren in de betalingsherinnering. Indien er echter gerechtelijke stappen worden ondernomen, zal het de rechter zijn die beslist wie de gerechtskosten dient te dragen. In principe is dit de ‘verliezer’. Over welke bedragen spreken we? In eerste plaats zijn er de dagvaardingskosten die toch tussen de 100 EUR en 200 EUR liggen. Vervolgens is er de rechtsplegingvergoeding waarvoor men toch op 100 EUR à 320 EUR mag rekenen. Voor de betekening van het vonnis moet men dan nog eens ongeveer 200 EUR tellen en indien er beslag wordt gelegd en er een openbare verkoop volgt, komt daarbovenop nog eens tussen 500 EUR en 745 EUR. Weinig klanten staan stil bij de vermelding ‘met alle kosten te uwen laste’ maar indien een detail van de mogelijke kosten (‘bij benadering’) wordt bijgevoegd, zal een moeilijke betaler waarschijnlijk al sneller geneigd zijn om op uw rappels te reageren. Hoe betaling van overuren vermijden? Wanneer een personeelslid voldoet aan de voorwaarden om te worden gekwalificeerd als leidinggevend of vertrouwenspersoneel, kan hij geen toeslagen eisen voor uren gepresteerd boven op de normale arbeidsduur wanneer dit niet overeengekomen is. Er zou echter wel gewoon loon kunnen worden geëist voor deze uren, tenzij het uur- of maandloon reeds voldoende hoog is dat het deze uren forfaitair dekt. Hoe maakt men uit of iemand al dan niet een leidinggevende of vertrouwensfunctie heeft? Er bestaat een KB van 10 februari 1965 waarin een opsomming wordt gegeven. Aangezien deze lijst reeds uit 1965 dateert, kan men stellen dat het gaat om een exemplatieve lijst die bovendien voorbijgestreefd is. Zo ook oordeelde het Arbeidshof van Bergen op 23 maart 2004. Een werknemer meende recht te hebben op de uitbetaling van overuren omdat zijn functie niet in de lijst uit dit oude KB voorkwam. Het Hof was echter een andere mening toegedaan en oordeelde op basis van de feiten dat er wel degelijk sprake was van een leidinggevende functie. Het is dus niet langer vereist een geforceerde analogie te maken met een voorbeeld uit deze oude functielijst. Hoe bewijst men voortaan het bestaan van een leidinggevende of vertrouwensfunctie? Businesskaartjes, functieomschrijvingen en bedrijfsorganigrammen kunnen als bewijs dienen maar anderzijds is het niet voldoende iets op papier te zetten. De werknemer moet in de feiten ook daadwerkelijk deze functie uitoefenen. Het kan bv. ook moeilijk worden verdedigd dat op de 10 personeelsleden meer dan de helft of alle werknemers op een bepaalde afdeling een leidinggevende of vertrouwensfunctie hebben. Onder leidinggevend zou men kunnen denken aan managers, diensthoofden van een afdeling, meestergasten, daar waar men bij een vertrouwensfunctie kan denken aan directiesecretaresse, gerant, personeelsverantwoordelijke. Lichte vrachtwagens en BTW De terreinwagens en hun fiscaliteit krijgen de laatste tijd heel wat aandacht. Wat is hiervoor de reden? De truc bestaat erin de terreinwagen te laten inschrijven als een lichte vrachtwagen, mits een kleine technische aanpassing zoals een niet-wegneembare wand tussen de passagiers- en laadruimte, een minimumlengte van de laadruimte,…. Dit biedt de volgende fiscale voordelen in vergelijking met de inschrijving als een gewone personenwagen: geen belasting op inverkeerstelling, een lagere verkeersbelasting, BTW aftrekbaar aan 100% in plaats van 50% en geen beperking van de autokosten tot 75%. De regering zou hier vanaf 1 januari 2005 een stokje voorsteken maar wegens het juridisch kluwen waar men niet zo snel uitraakt en de lobbying van o.a. Febiac, kunnen de terreinwagens in elk geval nog tot eind 2005 genieten van de fiscale voordelen. De directe belastingen kijken naar de inschrijving bij de DIV. Is er een inschrijving als lichte vrachtwagen, dan zullen daaraan een aantal fiscale voordelen gekoppeld worden. Het is natuurlijk nog altijd mogelijk dat de fiscus vindt dat de dure terreinwagen uw beroepsbehoeften ruimschoots overschrijdt en een deel van de kosten zal verwerpen, ook al staat de wagen ingeschreven als ‘lichte vrachtwagen’. Voor de BTW-administratie is de inschrijving van het voertuig echter niet bepalend. Er worden bijkomende criteria gehanteerd zoals het feit dat de laadruimte minstens 50% van de wielbasis moet bedragen (bij de DIV is dit 30%). Dit komt er voor de meeste terreinwagens op neer dat slechts 50% van de BTW zal in aftrek kunnen worden genomen. Wenst U een afspraak te maken of raad te krijgen, aarzel niet om mij te contacteren. Volgend nummer :
- Herkwalificatie in schijnzelfstandige: de RSZ kan niet zonder meer de vergoeding bruteren. - Vermogensbelasting in België: het is voor 2010! - De fiscaal voordelige dagvergoeding: hoeveel kan die maximaal bedragen? Alain Cludts Accountant |
||
| © CLUDTS. All rights reserved. Produced by MackX |
||