![]() |
|
|
|
|
![]() |
||
|
Nieuwsbrief van September 2004 Nieuwe kapitaalregel in EBVBA opgelet voor uw verantwoordelijkheid Op 2 augustus 2004 verscheen in het Belgische Staatsblad, met onmiddellijke inwerkingtreding, een wet die ertoe strekt het minimum te volstorten kapitaal in een éénpersoons-BVBA te verdubbelen. Ratio legis van deze nieuwe kapitaalregel is tweevoudig. Enerzijds wil de wetgever de fiscale fraude tegen gaan en anderzijds is het een vorm van faillissementspreventie. Onderkapitalisatie is namelijk een niet te miskennen faillissementsoorzaak. Het minimumkapitaal in een EBVBA dat momenteel EUR 18.550 bedraagt, zal voortaan volstort dienen te worden ten belope van EUR 12.400 in plaats van de vroegere EUR 6.200. Nieuw op te richten EBVBA’s zullen dus ter gelegenheid van hun oprichting een minimum volstort kapitaal van EUR 12.400 moeten hebben. Anderzijds zullen ook bestaande EBVBA’s hun volstort kapitaal moeten verhogen tot EUR 12.400. Zij krijgen hiertoe de tijd tot en met 2 augustus 2005. Doen zij dit niet, dan zal de enige vennoot hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de verbintenissen van de EBVBA. Men kan aan de verplichting ontsnappen door binnen de vermelde termijn een tweede vennoot in de vennootschap op te nemen of de vennootschap te ontbinden. In deze gevallen geldt immers de verplichting tot verhoging van het volstort kapitaal niet. Tewerkstelling buitenlandse kaderleden Om buitenlandse investeringen aan te trekken alsook om de loonkost van buitenlandse kaderleden, specialisten en onderzoekers te verlagen, werd de administratieve omzendbrief van 8 augustus 1983 uitgevaardigd. Deze circulaire voorziet in een bijzonder belastingregime voor de zogenaamde “expatriates”. De procedure tot het bekomen van dit bijzonder statuut bestaat uit een éénmalige aanvraag van werkgever en werknemer. De aanvraag dient te gebeuren vóór het einde van de zesde maand die volgt op de maand van aankomst in België. De aanvragen strekken ertoe aan te tonen dat men voldoet aan de voorwaarden om van het regime te genieten. Het bijzonder belastingregime staat enkel open voor buitenlanders. Mensen met de Belgische nationaliteit of een dubbele nationaliteit waaronder de Belgische, komen niet in aanmerking. Bovendien moet men door een Belgische onderneming naar België zijn gedetacheerd of rechtstreeks in het buitenland zijn aangeworven. Dit impliceert dat de Belgische onderneming deel uitmaakt van een internationale groep.De tewerkstelling in België dient tenslotte van tijdelijke aard te zijn, al staat er geen maximumtermijn op de verwerving van het statuut, en de economische en sociale banden met het thuisland dienen behouden te blijven. Het voordeel van het bijzonder belastingstatuut is drievoudig. In de eerste plaats wordt de betrokken werknemer op fiscaal vlak beschouwd als een niet-inwoner, zelfs indien voldaan is aan de voorwaarden van het rijksinwonerschap. Dit houdt in dat men enkel belastbaar is op inkomsten van Belgische oorsprong. Een tweede voordeel bestaat in de reisuitsluiting: het loon met betrekking tot de arbeidsdagen die men in het buitenland heeft gepresteerd, is vrijgesteld van belasting. Tenslotte zijn heel wat kosten die door de werkgever worden gedragen, vrijgesteld. Er dient een onderscheid te worden gemaakt tussen éénmalige kosten eigen aan de werkgever (bv. verhuiskosten en inrichtingskosten) die onbeperkt zijn vrijgesteld, en regelmatig wederkerende kosten eigen aan de werkgever (bv. schoolkosten, huisvestingskosten, levensduurtevergoeding, home leave en tax equalisation) die, met uitzondering van de schoolkosten, slechts vrijgesteld zijn tot de limiet van EUR 11.250 of EUR 29.750. Laat ons tenslotte niet vergeten dat bij detachering niet alleen het fiscale aspect speelt. Men dient eveneens rekening te houden met sociaalrechtelijke implicaties (E101-formulier, certificate of coverage). Voor onderdanen van landen buiten de EER komt daarbovenop nog de verplichting te beschikken over een arbeidsvergunning en een arbeidskaart, al gelden ook hier voor kaderleden soepelere regels. Het probleem van de schijnzelfstandigheid Werken met zelfstandige medewerkers kan interessant zijn maar let wel op de mogelijke (her)kwalificatie in schijnzelfstandigheid. Recent wees het Hof van Cassatie (Cass. 3 mei 2004) een arrest waarin het probleem van de schijnzelfstandigheid aan bod kwam. Belangrijk om te onthouden, is dat het hof zich in de eerste plaats baseerde op de kwalificatie die partijen in hun contract aan de samenwerking hadden gegeven. Een duidelijk contract is dus geen overbodige luxe. Maak expliciet duidelijk dat er op zelfstandige wijze wordt samengewerkt. Het is dan aan de RSZ om het tegendeel aan te tonen en de door de partijen gekozen kwalificatie te weerleggen. Dit betekent echter niet dat men hiermee volstaat. De feiten dienen immers de kwalificatie te ondersteunen. Indien de feiten flagrant in strijd zijn met de kwalificatie, zal de rechter nog altijd kunnen overgaan tot een herkwalificatie in een arbeidsovereenkomst met alle gevolgen vandien. In mei 2004 werd een wetsontwerp ingediend met als doel het statuut van zelfstandige met meer precisie te reglementeren. Zich op dit wetsontwerp inspireren bij het redigeren van overeenkomsten voorkomt dat het werk moet worden overgedaan eens de wet verschijnt in het Staatsblad. Wenst U een afspraak te maken of raad te krijgen, aarzel niet om mij te contacteren. Volgend nummer: • De limieten voor cashbetalingen en betalingen per cheque • De voordelen van een goed gehouden boekhouding • Oplossingen voor ziekteverzuim bij werknemers Alain Cludts Accountant |
||
| © CLUDTS. All rights reserved. Produced by MackX |
||